< terug naar overzichtCredit Life -

Wet- en regelgeving

Als je al snel weet dat je volledig en blijvend arbeidsongeschikt bent, kan je soms al eerder een uitkering aanvragen. Maar de meeste mensen vragen een WIA-uitkering aan op het moment dat ze bijna 2 jaar arbeidsongeschikt zijn. Voordat je die uitkering ook krijgt, moet je eerst gekeurd worden door het UWV. Bij die keuring helpen verschillende mensen van het UWV. Zo zijn er de verzekeringsarts, arbeidsdeskundige en eventueel ook andere UWV-medewerkers. Meestal begint de beoordeling bij de verzekeringsarts.

Stap 1: Verzekeringsarts

De verzekeringsarts van het UWV beoordeelt of het met jouw beperking mogelijk is om te werken, nu of ergens in de toekomst. Hij of zij bekijkt wat voor werk je nog zou kunnen doen en hoeveel dagen of uren je dat werk kan doen.  Het UWV stuurt je voor die beoordeling een uitnodiging of belt je voor het maken van een afspraak. Tijdens de afspraak stelt de arts vooral vragen, maar doet hij of zij soms ook lichamelijk onderzoek. De vragen gaan vooral over de dingen die op dat moment goed lukken of juist niet lukken. Denk aan het maken van bepaalde bewegingen, zoals lopen en tillen, maar ook aan dingen zoals slapen, eten en drinken of concentratie en omgaan met spanning.

Hoe oordeelt de verzekeringsarts?

Tijdens de eerste 2 jaar dat je ziek was, heeft je werkgever onafhankelijke hulp gehad bij de begeleiding van het ziekteverzuim. Soms helpt het UWV, maar meestal kiest de werkgever voor een bedrijfsarts of arbodienst. Zij hebben jou al een aantal keer gezien of gesproken en hebben dus een dossier over jou en je situatie. Dat dossier moet je werkgever nu aan de verzekeringsarts geven. De verzekeringsarts kijkt of er geen fouten zitten in het dossier. Klopt het dossier? Dan heeft je werkgever geen verdere rol in jouw beoordeling. Behalve het dossier van je werkgever kan je zelf ook informatie van jouw behandelaars laten opsturen. En tijdens je afspraak mag je zelf vertellen over hoe het met je gaat. Je kan bijvoorbeeld iets zeggen over je medicatie, je dagbesteding, het verloop van de behandeling, et cetera. Op basis van alle geschreven informatie en het gesprek, schrijft de verzekeringsarts daarna een beoordeling. De verzekeringsarts laat na de afspraak weten wat zijn of haar oordeel is.

Zie ook: website van het UWV

Stap 2: Arbeidsdeskundige

In de beoordeling van de verzekeringsarts staat wat je allemaal wel en niet kan. Als de verzekeringsarts van mening is dat je nog gedeeltelijk kan werken, volgt daarna een gesprek met de arbeidsdeskundige van het UWV. De arbeidsdeskundige is er om te onderzoeken welk werk je nog kan doen en hoeveel je daar eventueel mee zou kunnen verdienen. Als de verzekeringsarts denkt dat je niet meer kan werken en er in de toekomst ook geen kans is dat je weer kan gaan werken, is er geen gesprek met de arbeidsdeskundige nodig. Je gaat dan direct naar stap 3.

Hoe oordeelt de arbeidsdeskundige?

Op basis van de dingen die je nog wel kan, gaat de arbeidsdeskundige op zoek naar banen die passen bij jouw beperking. Dat zijn geen vacatures, maar functieomschrijvingen. Je kan er dus niet op solliciteren. Daarna bekijkt de arbeidsdeskundige hoeveel je met die banen kan verdienen. Op basis van die informatie wordt namelijk je arbeidsongeschiktheidspercentage berekent. Dat werkt zo:

  1. De arbeidsdeskundige neemt 3 geschikte banen en het bijbehorende loon
  2. Van die banen kiest hij het middelste loon
  3. Dat loon wordt vergeleken met je oude loon
  4. Het verschil in procent tussen die 2 lonen, is je arbeidsongeschiktheidspercentage.

Voorbeeld

Willem verdient 80.000 euro per jaar als hij een groot auto-ongeluk krijgt. Hij is door het UWV onderzocht en gekeurd en hij kan volgens hen nu nog 25.000 euro verdienen. Hij is dus 68,75% afgekeurd.

De auto werd bestuurd door Henk die 30.000 euro per jaar verdiende. Ook Henk wordt door het UWV na 2 jaar onderzocht en gekeurd, waarbij Henk te horen krijgt dat ook hij nog 25.000 euro zou kunnen verdienen met zijn beperkingen. Henk wordt voor 16,67% afgekeurd.

Nu niet, straks wel

Soms kan de arbeidsdeskundige nu nog geen banen vinden die passen bij je beperking, maar heeft de arts gezegd dat je in de toekomst minder beperkingen zal hebben. Daar vertellen we in stap 5 meer over.

Stap 3: Percentage en uitkering

We hebben in Nederland verschillende soorten uitkeringen voor verschillende percentages arbeidsongeschiktheid en arbeidsvermogen. Iemand die in stap 1 al hoorde dat hij nooit meer kan werken, krijgt een andere uitkering dan iemand die nu of later nog wel gedeeltelijk kan werken.

Uiteindelijk zijn er op basis van het arbeidsongeschiktheidspercentage 4 uitkomsten mogelijk:

·       Ben je 80% of meer arbeidsongeschikt en ga je niet meer herstellen? Dan krijg je een IVA-uitkering. Die uitkering is 75 procent van je laatste loon, maar nooit meer dan zo’n 3.700 euro bruto.

·       Ben je 80% of meer arbeidsongeschikt, maar kan je mogelijk in de toekomst wel verder herstellen? Dan krijg je geen IVA-uitkering maar een WGA-uitkering. Een WGA-uitkering is maximaal 70% van je laatste loon. Er wordt op dit moment nog niet van je verwacht dat je gaat werken.

·       Ben je 35 tot 80% arbeidsongeschikt? Dan doet het er niet toe of je wel of niet gaat herstellen. Je krijgt altijd een WGA-uitkering. De hoogte van je uitkering is afhankelijk van of je werkt.

·       Ben je minder dan 35% arbeidsongeschikt? Dan heb je geen recht op een UWV-uitkering.

Meer weten over de hoogte van de uitkeringen?

Lees: Dit doet het UWV

Stap 4: Werken

In Nederland willen we dat mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn ook blijven werken. Daarom is de WGA-uitkering opgedeeld in 2 stukken: een lage uitkering (Vervolguitkering) voor mensen die 0 tot 50 procent van hun mogelijkheden benutten en een hoge uitkering (Loongerelateerde uitkering) die 50 tot 100 procent van hun mogelijkheden benutten. De Vervolguitkering is maximaal ongeveer de helft van het minimumloon en vaak zelfs lager. De Loongerelateerde uitkering vult aan tot 70% van je laatste loon.

Helaas blijkt in de praktijk dat het veel mensen niet lukt om te voldoen aan de eisen voor een Loongerelateerde uitkering. Slecht 2 à 3 procent van de mensen lukt het om zoveel te verdienen als het UWV denkt dat zij kunnen. Driekwart werkt niet of verdient te weinig om voor een Loongerelateerde uitkering in aanmerking te komen. Zij gaan er dus financieel hard op achteruit. En zelfs als werken wel lukt, is 70 procent van je laatste loon vaak niet genoeg om nog rond te komen.

Stap 5: Herkeuring

Als je een WGA-uitkering krijgt, blijft het UWV vinger aan de pols houden. Na 5 jaar gaan zij opnieuw met je in gesprek over jouw situatie. Je begint dan weer bij stap 1. Mensen die tussen de 80 en 100 procent arbeidsongeschikt waren maar wel kans hebben op herstel moeten soms al eerder voor een herkeuring komen. Ook als je meer gaat werken dan aanvankelijk werd verwacht, wordt je soms opnieuw opgeroepen voor een gesprek.

Verzekerd bij Credit Life

Met de Inkomensgarantie van Credit Life hoef jij je geen zorgen te maken over de uitkomst van de UWV-keuring. We spreken vooraf hoeveel geld jij bij arbeidsongeschiktheid wilt overhouden en vullen je uitkering aan tot dat bedrag. Het maakt daarbij niet uit welke soort uitkering je krijgt. We kunnen zelfs tot 100% van je laatste loon aanvullen, zodat je er geen cent op achteruit hoeft te gaan.

Wil je meer weten over de verzekeringsoplossingen van Credit Life? Vraag je hypotheekadviseur of financieel adviseur naar de mogelijkheden.